tussendoortjes

Manneke pis

Vandaag zag ik iemand tegen de Domkerk plassen, een vorm van expressie die is voorbehouden aan de andere sekse. Niet frontaal naast de kerkdeur, maar aan de achterkant in een hoekje. Na gedane zaken keerde hij zich met een voldane blik om en vervolgde zijn weg. Het hoekje kleurde donkerder dan de rest van de kerk.

Onmiddellijk vroeg ik me af of dit een beruchte wildplasser was die het speciaal heeft gemunt op kerkgebouwen. Zou hij alle kerken van Nederland afgaan om dan rond de bouwsels te lopen op zoek naar een geschikte plek om te wateren, een man met een missie? Voor de gelegenheid zou hij zich dan tevoren hebben laten vollopen op een terras om de kans op succes te vergroten. Of liep hij onschuldig langs en werd plotseling overvallen door een volle blaas, die schreeuwde om verlichting? Of was hij simpelweg één van de puntjes van zijn bucketlist aan het afwerken? Pissen tegen de Dom. Check.



Verraad

Het was de zon, brenger van licht en warmte, die me gisteren heeft verraden. Gehuld in een koude windmantel belaagde ze me met vlagen. Zodra ze zich verstopte achter de wolken werd het koud en somber. Des te meer welkom was ze wanneer ze weer lachend tevoorschijn kwam. Voor het moment warmde ik me dankbaar aan haar stralen en legde me neer bij het wispelturige ritme van haar spel. Pas uren later merkte ik dat mijn huid in woede was uitgebarsten over het kat-en-muisspel. Met een witte neus, zuur van de yoghurt, wacht ik tot de vlammen gekoeld zijn, vriendelijk uitgelachen door man en kinderen. En de zon? Die ziet mij voorlopig niet meer.

Goedemorgendag

Vandaag was het goedemorgendag, althans die indruk had ik. Onderweg naar mijn werk kwam er op het station iemand naast mij lopen.
'Goedemorgen,' zei hij. Automatisch antwoordde ik en keek toen pas wie het was. Een volslagen onbekende man. Hij liep wat sneller door en net op het moment dat ik dacht dat hij zich had vergist, strooide hij dezelfde woorden in de richting van een blonde vrouw, links van hem. Ze antwoordde door haar pas te versnellen. Gniffelend liep ik door.

Bij de stoplichten komt mij een man tegemoet. Ook hij zegt goedemorgen tegen mij. Nu begin ik toch echt te geloven dat het goedemorgendag is. De zon schijnt uitbundig en iedereen is net even vrolijker dan anders. Aarzelend draai ik me om naar de laatste goedemorgenman en dan zie ik het pas.
'Oh, Bert.' Hij draait zich om naar mij, lacht en zwaait nog even.



Non-verbale communicatie

In de trein komt een piepklein vrouwtje naast me zitten, nog geen één meter vijftig. Zo'n vrouwtje waar je geen problemen van verwacht. Ze houdt echter haar diarreekleurige tas tussen ons in, waardoor de tas hinderlijk in mijn zij prikt. Een foeilelijke tas, ook dat nog.
Geen smaak én geen manieren. Zonder iets te zeggen schuif ik mijn tas van mijn schoot tussen ons in. Geen reactie. Ik geef mijn tas nog een extra zetje. Het vrouwtje komt in beweging en trekt haar diarreetas op schoot. Even later ligt mijn tas ook weer op schoot.

Fuck it

Het floepte er zo uit. 'Fuck it.' Daarna resoneerde het minutenlang na in mijn hoofd. Niks voor mij om zulke taal te gebruiken. Heel onnatuurlijk, voor mij dan. Zou zij dat ook vinden? Galmt het nu ook na in haar hoofd? Zit ze nu vol ongeloof naar me te kijken, dat iemand als ik zulke taal uitsla? Vanuit mijn ooghoek probeer ik de antwoorden van haar gezicht af te lezen, maar ik ben een complete analfabeet wat gelaatsuitdrukkingen betreft. Misschien heeft ze niks gemerkt, is ze in gedachten alweer bezig met andere dingen, dingen die geen barst met mij te maken hebben. Zit ik me weer druk te maken om niks. Fuck it!

Winterbenen

De zon schijnt, likt met haar gouden tong langs het raam, verleidt me met open armen en een hartelijke glimlach op het stralende gezicht, maar zodra ik toegeef aan de lokroep van de sirene, voel ik dat ze nog is gehuld in een winterjas.
Schuchtere winterbenen schuilen onder het beschermende textiel, maagdelijk wit nog zonder de aanraking van het warme goudgeel.
Blijf schijnen en smelt de ijzige wind tot overgave, zodat de lente haar plaats kan innemen en ik, op mijn beurt, met mijn schaamteloze winterbenen de zon kan laten schrikken.