schrijven

Everywhere I go I'm asked if I think the university stifles writers.
My opinion is that they don't stifle enough of them.
There's many a bestseller that could have been prevented by a good teacher.
(Flannery O'Connor)
Tien tips om geen boek te schrijven

Nederland telt ongeveer één miljoen mensen die allemaal met snode plannen rondlopen om een boek te schrijven. Met de bevolkingsteller op 16.796.795 zijn er dan nog altijd circa 15.796.795 die geen plannen hebben in die richting. Eigenlijk behoor je dus nog tot een minderheid met deze ambitie. En wat komt er van al die plannen terecht? Nou, als je niet oppast, prijkt er straks een zelfgeschreven exemplaar in jouw boekenkast en wellicht ook in de kast van jouw naaste familie en vrienden. In een wereld waar steeds minder wordt gelezen, maar steeds meer wordt geschreven, kortom een wereld waarin de balans dreigt verloren te gaan, wordt het misschien eens tijd om wat zelfbeheersing aan de dag te leggen. Om je op weg te helpen heb ik hier een aantal adviezen op een rij gezet die waardevol zijn voor mensen die op een queeste zijn om geen boeken te schrijven. Mensen zoals ik.

Tip 1
Uitstel: voor mijn tachtigste
Als er iets is waar ik echt verstand van heb, dan is het wel uitstel, maar nergens is dat zo pijnlijk duidelijk als in mijn verwoede pogingen om geen boek te schrijven. Bij navraag antwoord ik steevast dat ik serieuze plannen heb om voor mijn tachtigste een boek te schrijven. Dat houdt de enthousiaste menigte even op afstand, maar in wezen heb ik mijzelf hiermee een alibi verschaft om niet achter de schrijftafel te gaan zitten met een diepe rimpel tussen mijn ogen om als een bezetene op de toetsen in te hakken. Het mooiste van deze strategie is toch dat het werkt. Feilloos!

Tip 2
Schrijf artikelen of korte verhalen
Door je te concentreren op het schrijven van artikelen of korte verhalen, blijf je lekker bezig. Je doet er niemand kwaad mee en als je geluk hebt, wordt je artikel zo nu en dan ook nog eens gelezen. Bovendien is het een overzichtelijk, afgerond geheel, waardoor je op eenvoudige wijze voorkomt dat die schrijverij uit de klauwen loopt. Een waarschuwing is hier wel op zijn plaats, want een groot aantal korte verhalen zou zomaar een boek kunnen vormen. Het is dan ook zaak om niet te kiezen voor een thematische aanpak, maar meer hapsnap te schrijven, zodat deze dreiging tot een minimum kan worden beperkt.

Tip 3
Een zorgvuldige voorbereiding
Jouw debuutroman is natuurlijk niet zomaar een roman. Om te zorgen dat het een bestseller wordt, steek je liefst zoveel mogelijk tijd in het bepalen van de juiste titel, welke omslag jouw boek straks krijgt, hoeveel hoofdstukken het meesterwerk gaat bevatten en welk onderwerp weldra zal inslaan als een bom. Denk hier niet te lichtzinnig over en trek er gerust een paar jaar voor uit. Een goede voorbereiding is immers het halve werk. En half werk is immers jouw doel.

Tip 4
Zorg voor een perfecte schrijfomgeving
Natuurlijk kun je niet schrijven als de schrijfplek een enorme zooi is. Een dergelijke chaos wordt onherroepelijk weerspiegeld in het uiteindelijke werk en dat wil je vanzelfsprekend niet. Stel je daarom voor hoe jouw ideale werkplek eruit moet zien. Richt desnoods de kamer helemaal opnieuw in. Moet het bureau voor het raam staan of raak je dan alleen maar afgeleid door alles en iedereen die langs loopt? Of zit je liever met een laptop op de bank, terwijl de tv op de achtergrond aan staat? Is die laptop overigens niet te oud en te traag? Misschien toch maar eens een nieuwe aanschaffen. Voor je volgende verjaardag dan. Dat duurt nog even, maar dan kun je ondertussen mooi nadenken over jouw boek.

Tip 5
Een gezonde geest in een gezond lichaam
Je weet het natuurlijk wel; je conditie is niet meer wat het geweest is. Natuurlijk baart dit zorgen, want hoe kun je nu een bestseller schrijven als je lichaam zo is afgetakeld? Wat zegt dat over jouw geest? Juist, die kan natuurlijk niet gezond zijn. En die zieke geest moet straks wel dat zware werk verrichten, want daaruit ontspruit elk moment dat boek dat staat te popelen om naar buiten te komen. Maar eerst zul je dus orde op zaken moeten stellen en een strak fitnessprogramma in elkaar draaien. En alsof dat al niet vermoeiend genoeg is, zul je dus ook daadwerkelijk aan de bak moeten.

Tip 6
«edenk een ijzersterk thema
Een boek als het jouwe moet natuurlijk wel iets teweegbrengen, een kleine aardschok op z'n minst. Daarvoor is het noodzakelijk om een thema te bedenken dat menig wenkbrauw laat flipperen. De nieuwsgierigheid dient immers te worden geprikkeld, de fantasie moet aan het werk worden gezet en de lachspieren dan wel fronsspieren dienen flink in beweging te komen. En dat allemaal vanwege het thema dat je hebt gekozen voor jouw boek. Als je dat thema dan eindelijk hebt gevonden, schroom dan niet om de volgende dag iets anders te bedenken. Immers, er is altijd wel een sterker thema te bedenken dat de gemoederen goed zal bezighouden.

Tip 7
Werk aan je sociale contacten
Waar haal je meer inspiratie uit dan uit het leven zelf? Is kunst niet een imitatie van het echte leven? Hoe zou je dan een kunstwerk kunnen schrijven zonder eerst zelf geleefd te hebben en aan den lijve te hebben ondervonden wat het is om mens te zijn? Blijf daarom niet aan de kant staan kijken, maar stort je hartstochtelijk in alle relaties die op je weg komen: familie, buren, collega's, vrienden en vriendinnen. Omarm het verenigingsleven en sticht een groot gezin. Tien spruiten of meer zou afdoende moeten zijn. Meld je vervolgens aan op Facebook en volg het wel en wee van al jouw 1.000 beste vrienden op de voet.

Tip 8
Doe grondig onderzoek
Natuurlijk mag jouw boek geen verifieerbare onwaarheden bevatten, dus zorg ervoor dat je het onderwerp tot in den treure hebt doorgespit. Een goed boek valt of staat tenslotte met grondig onderzoek, dat de onwrikbare fundering vormt van jouw creatie. Weet je zeker dat het allemaal klopt? Zijn jouw bronnen betrouwbaar? Check, recheck, doublecheck. Ja, kijk het allemaal maar eens goed na. Een foutje is zo gemaakt en werpt een smet op de verder zo onberispelijke schepping en jouw dito toekomstige reputatie.

Tip 9
Twijfel aan jezelf
Denk je dat je in staat bent een heel boek te schrijven? Ongetwijfeld lukt het je om vele pagina's te vullen met woorden, die op hun beurt weer zinnen vormen. En die zinnen zouden zelfs tot een coherent verhaal kunnen leiden. Tot zover geen enkel probleem. Maar is er ook iemand die het zou willen lezen? Iemand die geen familie, bekende of vriend van je is. Aaaaaaaah, de dodelijke hamvraag.

Tip 10
Begin er niet aan
Wat je ook doet, begin niet. Zodra je de eerste regel op papier hebt, volgt al snel een tweede zin en een derde en daarna een vierde en voor je het weet, zit je in een flow. Dat is echt het moment dat je moet stoppen. Doe je dat niet, dan is al gauw het hek van de dam en voor je het weet is jouw boek klaar. Oh, nachtmerrie!

Brief aan mijn muze

Waarde muze,

Mijn inkt is op, zoals ik tot mijn spijt heb moeten constateren. Ik schuifel langs de afgrond van een leven zonder schrijfplezier. Ongemerkt is het bloed uit mijn aderen gestroomd, zijn de tranen opgedroogd bij de bron, alwaar ook mijn lach is opgesloten. Al wat mij rest is een prachtige kroontjespen met een dynamisch voorkomen, maar dit is uiterlijke schijn, een lege huls vol pretentie, doch zonder munitie.

Wat heb ik gedaan om deze straf te verdienen? Heb ik de goden van de creativiteit vertoornd door mijn pen enige tijd te laten rusten, een welverdiende rust, mag ik wel zeggen. Zijn de aldus opgedane roestvlekken even zovele getuigen van de onmacht om de pen weer op te pakken? Heb ik u ontriefd en tot in het diepst van uw wezen getroffen met mijn nalatigheid en menselijke gemakzucht?

Nimmer dient een schrijver verstoken te zijn van werkend gereedschap, want ontroostbare vertwijfeling zal zijn deel zijn. Al wat ik verlang is een vlotte pen voorzien van voldoende sappen om mee te kunnen varen op de woelige golven van het schrijversgilde.

Ontdaan van het kostbare vocht en de wanhoop nabij vraag ik u: wat moet ik doen om de inkt weer rijkelijk te laten vloeien? Moet ik een vierdaagse voetreis maken over zeven heuvelen? Ik doe het.

Moet ik bij het ingaan van de wintertijd van 2.00 uur tot 3.00 uur op mijn kop gaan staan om te mediteren? Zeg het me. Ik doe het.

Moet ik me onderdompelen in zeeën van alcohol om inhibities te overwinnen? Vertel het me en ik doe het.

Naakt in de regen dansen en bij mensen aanbellen om shampoo te vragen? Geen probleem. Ik doe het.

Op handen en knieën rond middernacht drie rondjes om de kerk kruipen onder het afwisselend prevelen van de namen van Thaleia en Melpomene? Of zelfgebakken koekjes offeren met een glaasje koude melk om de inwendige muze gunstig te stemmen? Spreek en ik voer het uit.

Ten einde raad ben ik. Wat moet ik doen om de goden gunstig te stemmen? In alle nederigheid smeek ik u: gooi de sluizen open en laat de inkt vrijelijk stromen, opdat de blokkade straks niet meer dan een boze droom lijkt.

Nog een laatste verzoek: mocht u, mijn eigen muze, om duistere redenen die buiten de scoop van mijn sterfelijke begrip vallen, met de noorderzon zijn vertrokken en niet van plan terug te keren, zou ik dan een beroep kunnen doen op de muze van Arnon Grünberg, Peter Buwalda of Connie Palmen? Meer vraag ik niet.


Dank alvast voor uw onverdeelde aandacht en hopend op een gelukkige afloop van deze kleine persoonlijke tragedie,
Uw Nonnie

Ben je een schrijver als je niet schrijft?

Een actuele vraag, die fluks wint aan relevantie, want ik schrijf niet meer zoveel. Parallel hieraan zou je je kunnen afvragen: ben je een kok als je niet kookt, een acteur als je niet acteert, een zanger als je niet zingt, een inkoper als je niks inkoopt of een moordenaar als je niet moordt? Over het algemeen kun je stellen dat je op zijn minst de activiteiten moet ontplooien die tot het karakteristieke van de omschrijving kunnen worden gerekend. Daarmee wil ik natuurlijk niet onverbiddelijk alle koks naar de keuken dirigeren, acteurs het podium op jagen, inkopers tegen heug en meug laten inkopen of moordenaars aanzetten tot hun specifieke tak van sport. Vooral in die laatste categorie is een eenmalige actie al voldoende om tot deze selecte kring toe te treden. Daar hoef je dus geen serie handelingen voor te verrichten. Een schrijver, echter, zal toch met enige regelmaat de pen op het papier moeten zetten voordat hij zich schrijver mag noemen. Meters maken is het adagium. Dat betekent dus gaan zitten en schrijven, schrijven, schrijven. Woorden moeten vloeien op papier of scherm tot het ondraaglijke wit is verdwenen. Het is een sport die veel uithoudingsvermogen vraagt. Simpelweg het wit verdrijven is niet voldoende, evenmin als van een kok slechts wordt gevraagd om een eitje te bakken of een acteur om eenvoudigweg op het podium te gaan staan. Schrijven is een ambacht. En een kwestie van meters, die moeten worden gemaakt. Ik vind het niks, die meters. Kilometers, dat schiet tenminste op! Die factor duizend brengt je tenminste ergens. Te hoog gegrepen helaas, want zoals het er nu voorstaat zijn zelfs millimeters geen haalbare kaart. Of zou dit tekstje al voldoende zijn? Ben ik op het moment al stiekem millimeters aan het maken?

Je bent wat je eet, zeggen ze. De achterliggende gedachte is dat je gezond bent als je gezond eet. Daar zit wel wat in natuurlijk. Toch heb ik dit altijd een curieuze uitspraak gevonden, want als het erop aankomt ben ik liever een slagroomhoorntje dan een wortel, bloemkool of spruitje en velen met mij. Hier heb ik dus nooit in geloofd.

Wat ik me wel zou kunnen voorstellen is dat je bent wat je doet. Dus als je op de fiets zit, ben je een fietser, als je taarten bakt ben je een banketbakker en als je een vliegtuig bestuurt ben je een piloot. De activiteiten die je onderneemt bepalen in hoge mate wie je bent. Dit impliceert overigens ook dat je identiteit tevens kan worden gedefinieerd in termen van wat je nalaat. Ook dit toont wie je bent. Daarmee vrees ik dus dat ik mezelf geen schrijver kan noemen, want ik schrijf niet. Het ontbreekt me gewoon aan ijver. En dan rest me niets anders dan de wonderlijke, maar onontkoombare conclusie, dat ik zonder ijver niets meer ben dan een schr.

De ergernis top 10 van taalfouten

Naar aanleiding van mijn artikel 'Foutloos Nederlands schrijven: vijf gouden tips' kreeg ik veel gefrustreerde reacties van medeschrijvers die zich ergeren aan bepaalde taalfouten. Om die reden heb ik nu een ergernis top 10 van taalfouten samengesteld, dat wil zeggen fouten die anderen maken. Ben je een echte taalpurist? Dan komt na het lezen van dit artikel waarschijnlijk de stoom uit je oren.
Hier komen ze dan, in toenemende mate van irritatie.


Op de 10e plaats:

Je irriteert je wezenloos aan mensen die de woorden 'ergeren' en 'irriteren' door elkaar gebruiken.

Acute jeuk krijg je als je leest dat iemand zich ergens aan irriteert. Irriteren is geen wederkerend werkwoord (met 'zich of aanverwante vormen), dus je kunt je nooit en te nimmer irriteren. Je kunt je wel ergeren. Dit artikel bewijst dat maar weer eens. Lees maar door, dan zie je dat ik gelijk heb.

De juiste vormen zijn:
Ik erger me aan zijn platte humor.
Hun gedrag irriteert haar.



Nummer 9:

Me moeder is heel streng.

Ja, dan gaan de nekhaartjes overeind. Me heeft hier de betekenis van 'mijn' (= die moeder VAN MIJ), bezittelijk dus. Je kunt dus schrijven 'Mijn moeder is heel streng' of 'M'n moeder is heel streng'. Inderdaad, ook als je moeder niet zo streng is, maar dan is het in elk geval grammaticaal correct. Waarschijnlijk wordt deze fout vaak gemaakt, omdat je het verschil tussen me en m'n bijna niet kunt horen, maar dat betekent nog niet dat je het ook zo kunt schrijven.


Op 8:

Hun kunnen beter hun mond houden.

Hier moet ik echt streng zijn. Als je dit soort taal uitslaat, kun jij beter je mond houden. Hun kan nooit het onderwerp zijn van een zin. De juiste vorm is:

Zij kunnen beter hun mond houden.


De 7e plaats is voor:

Denk is na!

Aaaaaaaaah! Kijk eens goed naar die zin. Hieruit zou je kunnen concluderen dat 'denk' hetzelfde is als 'na', zoals bijvoorbeeld ook het geval is in de zin: 'Mijn vriend is ziek.' Daarin wordt 'mijn vriend' gelijkgesteld aan 'ziek'. Hopelijk gaat het hier om een onschuldig griepje, maar dit geheel terzijde.

De juiste vorm is: 'Denk eens na!' of kortweg 'Denk 's na!' Vaak kun je de juiste vorm herleiden door je af te vragen wat het betekent. Denk daar maar eens goed over na.


En dan komt 6:

Kom maar op Koen.

Deze uitdaging is misschien bedoeld voor Koen, maar lijkt meer op een uitnodiging aan de lezer om op Koen te gaan zitten. Als alle lezers daar gehoor aan geven, wordt Koen niet zo blij, vermoed ik. Doe Koen dus een lol en zet er een komma tussen. Ergo:

Kom maar op, Koen!


En op 5 staat:

Hij heeft nooit geen tijd voor mij.

Brrrrrr. Kippenvel! Wordt hier nou geklaagd dat iemand altijd tijd voor hem/haar heeft? Dat lijkt me inderdaad een vervelend probleem.
Sommige mensen krijgen er geen genoeg van om te ontkennen en om het nog maar eens te extra te benadrukken, wordt er een tweede ontkenning tegenaan gegooid, waarmee het welbeschouwd geen ontkenning meer is, maar een bevestiging. Wellicht ten overvloede, het moet dus zijn:

Hij heeft nooit tijd voor mij.


De 4e plek is voor:

Jou artikel is geweldig goed geschreven.

Lichte huiduitslag. Het is niet dat je allergisch bent voor complimenten, maar jou artikel? Zodra jou een bezittelijke betekenis heeft, nl. VAN JOU, hoort er een 'w' achter te staan. Dus het is:

Jouw (met w) artikel is geweldig goed geschreven en
Ik wil jou (zonder w) bedanken voor het lieve compliment.

Hetzelfde geldt voor u/uw.


Op het podium, nummer 3:

Jij bent beter als ik.

Pukkeltjes!

Onthoud: na een vergrotende trap (sneller, slimmer, handiger, hoger, dikker etc.) gebruiken we 'dan'. Dus:

Hij is sterker dan zijn vriend.
Is zijn oude oma echt slimmer dan hij?



Ook een podiumplek, nummer 2:

Zij is veel sportiever dan mij.

Oeps! Heeft de schrijver net taalfout nummer 3 hierboven weten te vermijden en dan gaat het alsnog mis. Toegegeven, het kan erger. Vaak hoor je: Zij is veel sportiever als mij. Een echte taalpurist komt zo langzamerhand toch wel in het schuimbekstadium. Het moet zijn:

Zij is veel sportiever dan ik.

Als je echt het verschil niet hoort, kun je een trucje toepassen. Zet er gewoon het gebruikte werkwoord achter. Dan weet je precies welke vorm je moet gebruiken.

Dus: Zij is veel sportiever dan ik (ben) of zij is veel sportiever dan mij (ben). Duidelijke zaak toch?


En met een grote dikke stip op 1:

Wat bedoeld hij toch als hij zegd dat ik nooit goed heb opgeled in de Nederlandse les?

!!*&%#!!!!♪♫♫♫♪♪ Ja, hier ga je van zingen. Wat kan ik zeggen. Je bent vast muzikaal aangelegd en bovendien erg vrolijk. Je zingt waarschijnlijk vaak.

Heb je even, want je kunt er het beste even bij gaan zitten, terwijl ik hier de basis uitleg.

Tegenwoordige tijd (nu): ik-vorm = stam (= werkwoord zonder –en), dus ik loop, ik denk, ik schrijf
Tegenwoordige tijd (nu): één ander = stam + t, dus hij loopt, zij denkt, jij schrijft
Valt mee, hè.

Wanneer krijg je dan dt? Eigenlijk is dit dezelfde regel, want dt schrijf je alleen in werkwoorden waar de stam eindigt op d. Denk hierbij aan werkwoorden als rijden, spreiden, antwoorden:
Hij rijdt, jij spreidt, zij antwoordt etc. etc. Alles in de tegenwoordige tijd (nu)

Uitzondering: Nederlands zou Nederlands niet zijn als er geen uitzondering op de regel is. In dit geval gaat de uitzondering om de jij/je-vorm, want als je jij/je en het werkwoord omdraait, hoort er opeens geen t meer achter.

Dus het is: jij spreekt (met t), maar spreek (zonder t) jij

je werkt (met t), maar werk(zonder t) je

jij vindt (met t), maar vind (zonder t) jij

Bij de bovenste twee voorbeelden kun je het horen, maar bij de onderste 'vind jij' hoor je een t, maar je schrijft het niet. Om er toch achter te komen of je een t moet schrijven, kun je een ezelsbruggetje gebruiken. Vul in plaats van 'vind' 'loop' in. Dan hoor je vanzelf of er wel of geen t achter komt en kun je de juist vorm invullen.

Het voltooid deelwoord

Nou niet weglopen, want het lijkt allemaal ingewikkelder dan het is. Het voltooid deelwoord is de vorm die wordt gebruikt als de actie al is voltooid, vandaar voltooiddeelwoord.

Voorbeelden: het is gelukt, ik heb het paard verzorgd, dat heb ik niet zo bedoeld, wat is er gebeurd?

Je ziet aan bovenstaande voorbeelden al dat een voltooid deelwoord kan eindigen op een d of een t. Hoe weet je nou of je het schrijft met een d of een t op het eind? Moet je gewoon een beetje gokken, kijken wat het leukste staat of op je gevoel af gaan? Nou nee, want hiervoor bestaat een regel. Heb je ooit van het 't KOFSCHIP gehoord, of van 't FOKSCHAAP? Het gaat hier eigenlijk om de medeklinkers. Als de stam van het werkwoord (dus de vorm zonder –en) eindigt op een medeklinker uit 'T KOFSCHIP of 'T FOKSCHAAP (inderdaad, dat zijn dezelfde medeklinkers!) krijgt het voltooid deelwoord een t. In alle andere gevallen eindigt het voltooid deelwoord op een d. Duidelijk?

En, heb ik teveel beloofd?
Stooooooooooom!

Taalvoutjes

Een verhaal van minimaal duizend woorden met minstens vijf schrijffouten per zin was de uitdaging. Die handschoen kon ik natuurlijk niet laten liggen. Zie hier het resultaat.
(over schrijverssite Plazilla)

Heel lang geleden in de tijd die Plazilla nog Xead hete was er eens een schrijver eigenluk wel drie waarvan allen anno niem zullen blijven die iets had uitgekonkelt waarmee ze een teorie wilden toetsen. Deze drie Muskatiers waren gestuiterd op iets vreemds namelijk dat Xead in de tietel al van een artiekel een magiesche kracht uitoefend op lezers van allerlij alooi die die zooi dan allemaal masaal gingen lezen en vervolgens met die verse lichaamsdelen begonnen te smeiten. Maar dat was nog niet het schromelijkste want onder die berreg met duimen kwamen dan ook noch compelementen vantussen zo van goet gedaan en fijn geschrijft en dat is natuurluk des duivels oorkussen. Al die pluimjes in de achterhoede voor zoon artiekel wat in vijf of tien menuten in elkaar is gefrommelt en dan tussen al die andere mooie, nog mooiere en suuuuupermooie artiekels staat waar de schrijvers zo hun riekende best op hebben gedaan en uren geploetert die dan zoomaar worden van de weg gedrukd door van die onbenulige en nietsvertellende artiekels dat vonden hun toch wel erg jammer. Dus hun stoken de koppen samen en gingen plannen beramen om op de korrel te kauwen iedereen die zich zulke artiekels met duimen omhangt en zonder pardon alle lof schrijft die zulk een artiekel dus totaal niet verdiend. Het was een spijker in het oog van deze drie kornuiten die zelf immer artiekels posten op de Xeadbus die door het oog van een naald konden zo schoon waren hun artiekels dus altijd. En dat hun dan altijd maar weer zaten te zweten en te transpireeren om een pragtig artiekel tevoorschein te kunnen piepen en dat of ze dan altijd maar onder worden getorpedeert met de tien regels die andere schrijvers dronken of met een kaater misschien op een bierfiltje in het kafé hadden opgekalefatert was hun ze eer te na dus. Of ging het allemaal niet meer om de kwaletijd soms in plaats van om de kwantetijd die natuurluk heel goed is bij de schrijvers die met vijftien reegels alweer een artiekel hadden afgedaan. En hola daar was dan weer een artiekel met de tietel dit is dan mijn honderdenachtenfijfigte artiekel op Xead en alle leezers gingen dan weer als schapen naar de slagtbank en kwamen dan over de dam aanlopen om hun apprecitie te geven en een schouderklopje op de koop erbij. En de anno niemen dachten bij hun eigen van dat kan toch niet waar zijn en daar moeten we paal en punt aan stellen dus om een ellenlang verhaal uitgebrijd te beperken hebben hun toen bedacht om zelf zulke verhaalen te schrijven waar ze maar heel wijnig tijd aan wollen besteden en die dan zo van pats boem op de sait te slingeren alsof er geen haan naar kraait.

En zo gingen ze dan na een hele avont grappen en grolen draaien in het facebookkafé over deze lastige maar ook ernstige zaak om die dus aan te pakken op een goede aanpakmenier zodat in ene keer duidelijk wort ook voor de leezers van al die prietepraat artiekels dat het allemaal helemaal niet zo koosjer in de haak zit. En wat wasser dan een betere manier dan om te laten zien dat het zo niet langer kan dus niet te schrijven van hé mensen zo kan het niet langer maar de vis bij de staart te pakken en gewoon zoon eigen artiekel te produseren en sgaamteloos te katapulten op Xead zoals het toen inderdagen hete.

En zo ging dan onse schrijver die anno niem wil blijven in het kafé zitten om daar te drinken en ja, ook om te krabbelen op bierfiltjes wat zo allemaal aan interessante weetjes te binnen komt maar natuurluk niet te boeient want dat mog al helemaal niet. Zou je daar van de weeromstuiterd toch noch een fassinerend stuk neerzetten waar dat nu net effe niet in de teebladeren te lezen is. Dus altijd effe oppassen geblazen dat hadden hun dus ook tegen mekaar gewaarsguwd zodat geen van die gabbertjes hals over been in de valkuil zou neerstorten waar ze zelf gegraven hadden. Dus gingen hullie heel omslagtig rond de kuil dansen om der zelf niet in te vallen met al hun teorien erbij want dan zou dat hun doelpunt voorbij schieten en dat kon al helemaal niet uiteraart.

Om alles goed te doen en ons eksperiment te laten slaan hadden we richtleinen getrokken waar alle drie die anno niemen aan vastgebonden waren. Er moes Xead in de tietel staan, twee van de tien vingers moesen in de neus worden gepeuterd, bombonies geschrefen met beeldgesprokenheid van lik me mijn vesje. Daarbij moes dan ook schiet in de lag grappen bij worden gevoegt die vanzellef reacties zouden worteltrekken van ben je nou helemaal belatafelt en van de pot getrokken dat je onse mooie sait bevuild met dit minderaardige en opgeblasen stuk vreten van een artiekel wil je wel snel opkrassen met deze slegte kwaletijd want zo slegt hebben we het nog nooit gegeten met jou en als je niet optieft met deze zooi willen we niks meer met jou te maken hebben en laten we jou van de sait verweideren door onse eigen allerliefste en bovenstebeste Tim. Dat was de reactie die ze wollen uit de tent lokken en met dat in het achterhooft schreef onse eiverige schrijverige anno nieme kornuit zijn sgandalige, van god losgeweekte verhaal waar kant nog wal aan zat maar waar hij al bij voorbaad al van zat te genieten in zijn vuistje.

En wie sgetst zijn verbazing in alle kleuren van de regenboog als na plaatsing van dat niemand dalletje ineens van alle kanten alle lof en andere heerlijke geuren zijn kant op werden gewuift, want iedereen had genooten van de heerluke prietepraat en als ze inderdagen van die goeie artiekels lazen, moesen die ook als een wet van mijden en persen worden bewierookd met kruidige aroomaas en een dikke duim waar alle waardering werd uitgeslurpt en de kloe van dit verhaal is dan ook dat de schrijver met al zijn pennen en inkt nog niet in staat was gewezen om een beroert geprietpraat verhaal te schrijven.